Home Constitutions Search
Document
Information Contact About Help

Netherlands



Inleiding van de redacteur[1]

Over de keuze van de documenten

Het eerste deel van het project Rise of Modern Constitutionalism heeft als startpunt 1776 en loopt door tot 1850. In de periode van 1776 tot 1795 werden in Nederland geen nieuwe constitutionele documenten vervaardigd. Het oprichtingsverdrag van de Republiek der Verenigde Nederlanden, de Unie van Utrecht uit 1579, vormde nog steeds de basis voor het staatsbestel. De soevereiniteit van de deelnemende provincies was een belangrijk uitgangspunt van die Unie. Na de Bataafse Revolutie van januari 1795, die zich met Franse militaire steun voltrok, volgden de constitutionele documenten elkaar in hoog tempo op. In de eerste maanden gebeurde dit nog op provinciaal niveau, omdat de revolutie in eerste instantie leidde tot een desintegratie van het Unieverband. Holland, de welvarendste provincie met het grootste inwonertal, stelde onmiddelijk in januari een verklaring op waarin mensenrechten waren opgenomen. De meeste andere provincies volgden dit voorbeeld. Hoewel in de onderhavige uitgave het accent ligt op constitutionele documenten die Nederland betreffen, is de verklaring van Holland toch opgenomen. Niet alleen omdat het om de eerste mensenrechtenverklaring in Nederland gaat, maar ook omdat Holland als belangrijkste provincie grote invloed zou uitoefenen op de nationale constitutionele documenten die later zouden worden opgesteld.

Het eerste van die nationale documenten was het Reglement voor een Nationale Vergadering, vastgesteld eind 1795. Het vormde de grondslag waarop de Nationale Vergadering heeft beraadslaagd over een nieuwe grondwet. Hoewel het eigenlijk geen grondwet was, heeft het Reglement wel als basis van bestuur en wetgeving gediend tot aan de aanvaarding van de Staatsregeling 1798. Daarom is het hier opgenomen. Uit de periode tot 1798 zijn tevens een tweetal officieel gepubliceerde ontwerpen voor een grondwet opgenomen. Geen van beide ontwerpen zijn ooit van kracht geworden. Het eerste ontwerp, het zogenaamde Plan van Constitutie, is opgesteld door de constitutiecommissie en aangeboden aan de Nationale Vergadering in november 1796. Het tweede officiële ontwerp is het resultaat van de beraadslagingen over dit Plan in de Nationale Vergadering. Het Plan werd in gewijzigde vorm door de Vergadering aanvaard in 1797 en gaat sindsdien door het leven als het Ontwerp van Constitutie. Het Ontwerp werd in augustus 1797 aan de Nederlandse stemgerechtigden voorgelegd en door hen verworpen. Het bleek niet mogelijk om op legale wijze tot een grondwet te komen. De uiteindelijke Staatsregeling 1798, hier uiteraard opgenomen, werd in het leven geroepen na een staatsgreep in januari 1798, uitgevoerd onder Franse invloed. Met het oog op deze Franse inmenging is uit de periode direct voorafgaande aan de totstandkoming van de Staatsregeling 1798 ook nog een ontwerp opgenomen, dat niet door een Nederlandse autoriteit is opgesteld. Het betreft het door P.C.F. Daunou (1761-1840) in opdracht van het Directoire opgestelde en ook door dat Directoire aangepaste ‘Projet de Constitution pour la République Batave’ uit 1797. Daunou, volksvertegenwoordiger sinds 1792, had een grote rol gespeeld bij de totstandkoming van de Franse Constitutie van 1795. Zijn ‘Projet’ betreft weliswaar geen gepubliceerd ontwerp; het heeft alleen in handschrift gecirculeerd. Er is voor gekozen het wel op te nemen, omdat het aanzienlijke invloed heeft uitgeoefend op de inhoud van de Staatsregeling 1798.

De Staatsregeling 1798 had een sterk unitaristisch karakter. De provincies werden afgeschaft en vervangen door departementen. Bovendien behelsde zij een republikeinse staatsvorm. Dat laatste geldt ook voor de twee andere grondwetten die tot aan de invoering van de monarchie in 1806 in Nederland van kracht zijn geweest. Deze twee staatsregelingen, uit respectievelijk 1801 en 1805, waren wel minder unitaristisch. In 1801 herkregen de departementen de grenzen van de oude provincies. Tevens werden hun bevoegdheden uitgebreid. Zij kregen echter niet hun bestuurlijke en fiscale autonomie terug. De Staatsregeling van 1805 onderscheidt zich vooral van haar voorganger door de invoering van een éénhoofdig bestuur. Beide staatsregelingen zijn hier opgenomen. Bovendien is van de Staatsregeling 1801 een Franse versie weergegeven, getiteld Constitution pour le peuple Batave, omdat deze in 1801 is afgedrukt in de Gazette Nationale ou Le Moniteur Universel, een officieel Frans publicatieblad.

In 1806 werd Nederland op bevel van Napoleon een monarchie, met aan het hoofd zijn broer Lodewijk Bonaparte. Napoleon beoogde zo van Nederland een gezeglijker bondgenoot te maken. In die periode hebben, vanaf 1806 tot aan de inlijving van Nederland in het Franse keizerrijk in 1811, twee constitutionele documenten gegolden, beide daterend van 1806. De eerste ‘constitutie’ betreft in feite een cluster documenten, waarvan onder meer het tussen Frankrijk en Nederland gesloten verdrag inzake de nieuwe staatsvorm deel uitmaakte. Dit cluster werd in de loop van 1806 vervangen door een echte constitutie. Beide zijn hier opgenomen. Van publicatie van de constitutionele documenten die hebben gegolden in de periode dat Nederland deel uitmaakte van het keizerrijk, tussen 1811 en 1813, is afgezien, omdat het in wezen om Franse documenten gaat.

In 1813 herkreeg Nederland zijn onafhankelijkheid, hetgeen eigen grondwetten met zich meebracht. Tot aan 1850 zijn een viertal documenten van kracht geweest, die hier alle zijn opgenomen. Het eerste document is de Grondwet van 1814, waarin Nederland opnieuw een constitutionele monarchie werd. Ditmaal kwam er een telg uit het Huis van Oranje op de Troon, namelijk Willem I. De overwinnaars van Napoleon meenden al snel dat een krachtig Nederland goede diensten als bolwerk tegen Frankrijk zou kunnen leveren. Zij besloten daarom op het Congres van Wenen om de voormalige Oostenrijkse Nederlanden bij het Koninkrijk te voegen. Dit leidde tot de Grondwet van 1815. Aangezien Nederland daarmee tweetalig was geworden, werd er zowel een officiële Nederlandse als een officiële Franse versie opgesteld. Beide versies zijn hier weergegeven. Met de opstand van de zuidelijke Nederlanden in 1830, het latere België, en de daarop volgende afscheiding ervan van het Koninkrijk werd een nieuw grondwet nodig. Dit werd de Grondwet van 1840. Deze Grondwet, waarin tevens de ministeriële verantwoordelijkheid werd ingevoerd, is hier opgenomen. De laatste Grondwet uit dit tijdvak die is weergegeven, dateert van 1848. Zij werd noodzakelijk door de mede onder invloed van de revolutionaire gebeurtenissen elders in Europa steeds sterker geworden wens tot verdere democratisering van het Nederlandse staatsbestel. De staatsman J.R. Thorbecke (1798-1872) wordt beschouwd als de geestelijke vader van deze Grondwet.

Uitgangspunten voor de edities

De meeste hier opgenomen documenten bestaan in een officiële gedrukte vorm. Zij zijn in de edities zoveel mogelijk ongewijzigd weergegeven. Alleen kennelijke zetfouten zijn gecorrigeerd, hetgeen dan in een noot is aangegeven. Het gebruik van hoofdletters en leestekens, evenals de interpunctie, zijn evenwel niet aangepast. Wel is in het geval van het Ontwerp van Constitutie een kort na publicatie hiervan verschenen erratum in de vorm van een annotatie in de editie van de oorspronkelijk uitgave verwerkt. Het ‘Projet de Constitution pour la République Batave’ van Daunou is de enige uitzondering op het principe van de ongewijzigde weergave. Van het ‘Projet’ is, zoals vermeld, geen officieel gepubliceerde versie beschikbaar en het is daardoor minder zorgvuldig opgesteld. Met het oog op de leesbaarheid is de editie van die tekst daarom aangepast, zowel ten aanzien van het gebruik van hoofdletters en leestekens, als van de interpunctie. Er is voor gekozen om de uitstekende editie van L. de Gou zoals te vinden in diens hieronder vermelde publicatie De Staatsregeling van 1798 over te nemen. De Gou was tenslotte tot aan zijn overlijden in 2000 mederedacteur voor Nederland van het project Rise of Modern Constitutionalism.

Korte bibliografie

G.W. Bannier, Grondwetten van Nederland. Teksten der achtereenvolgende staatsregelingen en grondwetten sedert 1795, met verschillende staatsstukken, historische toelichtingen en eenige tabellen, Zwolle, 1936.

D.P. Blok e.a. (eds.), Algemene Geschiedenis der Nederlanden 11: Nieuwste tijd, Weesp, 1983.

J.C. Boogman, Rondom 1848: de politieke ontwikkeling van Nederland 1840-1858, Bussum, 1978.

I.J. Brugmans, ‘De opkomst van het liberalisme in Nederland (1840-1848)’ in: J.A. van Houtte e.a. (eds.), Algemene Geschiedenis der Nederlanden 10: Liberaal getij, 1840-1885, Zeist, 1955, 33-68.

F.H. van der Burg/H. Boels/J.P. Loof (eds.), Tweehonderd jaar rechten van de mens in Nederland. De verklaring van de rechten van de mens en van de burger van 31 januari 1795 toegelicht en vergeleken met Franse en Amerikaanse voorgangers, Leiden, 1994.

S.J. Fockema Andreae, De Nederlandse staat onder de republiek, Amsterdam, 19735.

P. Geyl, Geschiedenis van de Nederlandse stam dln. 5 en 6, Amsterdam/Antwerpen, 1962.

L. de Gou, Het Plan van Constitutie van 1796. Chronologische bewerking van het archief van de eerste constitutiecommissie, Den Haag, 1975.

L de Gou, Het Ontwerp van Constitutie van 1797. De behandeling van het Plan van Constitutie in de Nationale Vergadering 3 dln., Den Haag, 1983-1985.

L. de Gou, De Staatsregeling van 1798. Bronnen voor de totstandkoming 2 dln., Den Haag, 1988, 1990.

L. de Gou, De Staatsregeling van 1801. Bronnen voor de totstandkoming, Den Haag, 1995.

L. de Gou, De Staatsregeling van 1805 en de Constitutie van 1806. Bronnen voor de totstandkoming, Den Haag, 1997.

W.J.C. van Hasselt, Verzameling van Nederlandse Staatsregelingen en Grondwetten, Alphen aan den Rijn, 198717.

J.A. van Houtte e.a. (eds.), Algemene Geschiedenis der Nederlanden 9: Omwenteling, vereniging en scheiding, Zeist, 1956.

W.A.C. de Jonge, Bijdrage tot de geschiedenis der Grondwet (1830-1848), met eenige onuitgegeven stukken, Den Haag, 1883.

E. H. Kossmann, De Lage Landen 1780-1940. Anderhalve eeuw Nederland en België, Amsterdam/Brussel, 19842.

O. Moorman van Kappen/E.C. Coppens (eds.), De Staatsregeling voor het Bataafsche Volk van 1798. Opstellen opgedragen aan de nagedachtenis van Dr. Mr. L. de Gou, Nijmegen, 2001.

C.W. van der Pot/A.M. Donner/L. Prakke, Handboek van het Nederlandse staatsrecht, Deventer, 200114.

S. Schama, Patriotten en bevrijders. Revolutie in de Noordelijke Nederlanden, 1780-1813, Amsterdam, 1989.

C.H.E. de Wit, De strijd tussen aristocratie en democratie in Nederland, 1780-1848. Oligarchie en patriciaat, Heerlen, 1965.



[1] De redacteur hecht eraan te vermelden dat mr. dr. L. de Gou tot aan zijn overlijden in 2000, en prof. dr. A.H. Huussen jr. tot 2002 als redacteurs voor Nederland hebben opgetreden en in die hoedanigheid een grote bijdrage hebben geleverd aan dit project. Ook dankt hij G. Pol, die als student-assistent behulpzaam is geweest bij de correctie van een aantal edities.